X-RES

Startmethoden

De belangrijkste vliegtechnieken voor het modelzweefvliegen in ons vlakke Nederland hebben betrekking op het zoeken naar en gebruik maken van de thermiek. In dit artikel worden een aantal startmethoden beschreven die bij het hedendaagse modelzweven worden gebruikt. De informatie voor dit artikel is gedeeltelijk onttrokken aan deze thread op de website Modelbouwforum.nl

Hoe krijg je de modelzwever de lucht in?

Hiervoor zijn er meerdere mogelijkheden, waarvan voor de beginnende modelvlieger de onderstaande 3 startmethoden het meest worden gebruikt:
1. zelf gooien
2. optrekken met een hoogstart of lier
3. met een elektromotor

Om met de deur in huis te vallen: hellingvliegen en slepen zijn niet echt moeilijk als je eenmaal kunt vliegen, maar dit is voor het allereerste begin te hoog gegrepen. Het mooie is dan weer wel dat je met vrijwel iedere modelzwever kunt hellingvliegen en dat bijna alle modellen met wat simpele ingrepen gesleept kunnen worden. Is dus echt iets voor “later”. Blijven voor het begin over: gooien, optrekken en de elektromotor.

1. Zelf gooien

Deze startmethode gaat beter dan je zou verwachten. Het grote voordeel van deze manier van starten is dat je niet hoeft te investeren in een motor, lier of een hoogstart. Je hebt er ook weinig ruimte voor nodig en vrijwel ieder weiland leent zich er voor (mits je toestemming hebt van de grondeigenaar). Je kunt onderscheid maken tussen HLG en DLG. HLG staat voor Hand Launch Glider, waarbij het toestel als een speer wordt weggeworpen. Overigens worden bijna alle nieuwe modellen op deze manier ingevlogen. Met een handstart kun je een heel eind vliegen om de eerste reacties van het model te bepalen. DLG staat voor Discus Launch Glider. Hierbij wordt het toestel aan een vleugeltip vastgehouden en rondgeslingerd zoals een discuswerper dat doet. Voor een aantal mensen is dit de meest pure vorm van zweefvliegen.

Binnen dit segment zijn twee groepen te onderscheiden; de mini’s van ongeveer een meter spanwijdte en de F3K modellen van 1,5 meter. Een mini is heel goed voor erg weinig geld zelf te bouwen en biedt enorm veel vliegplezier. De grotere F3K modellen zijn vaak wat kwetsbaar en duur om mee te leren vliegen maar onmogelijk is het niet. De bereikte starthoogte is met wat oefening ongeveer 40 tot 60 meter waarmee per worp meer dan 2 minuten gevlogen kan worden (voor de mini’s iets minder). Met een beetje thermiek kan dit al snel richting de 300 meter en vluchttijden van een half uur gaan.

2. Optrekken met een hoogstart of lier

Dit is de volgende optie om een modelzwever te starten. Hierbij wordt een lijn met daaraan een ringetje, verbonden aan een simpel haakje onder de romp van het vliegtuig. Een hoogstart bestaat uit een stuk rubber of siliconenslang, een lange dunne lijn, een pen om in de grond te steken en een parachuutje of lint om de lijn na het afkoppelen vanzelf in de windrichting terug te laten vallen. De lijn is ongeveer 3x zo lang als het elastische deel. Denk aan 20 meter elastiek/rubber/siliconenslang en 75 meter lijn, of 30 meter elastisch en 100 meter lijn. De zwaarte, dikte en trekkracht van het elastische deel moet zijn afgestemd op de afmetingen en het gewicht van het toestel. Een complete hoogstart hoeft niet duur te zijn; voor lichte vliegtuigen tot ongeveer 2,5 meter spanwijdte zijn er setjes van rond de 50 euro. De zwaardere kosten je vanaf ongeveer 125 euro. Mits netjes behandeld (droog en donker opslaan om veroudering van het rubber te voorkomen) kun je daar wel jaren plezier van hebben.
Als de lijn met het ringetje aan het toestel is gekoppeld loop je naar achteren, rekt het elastiek een aantal passen uit en laat het toestel recht tegen de wind in los. Het gaat dan als een vlieger omhoog en eenmaal op hoogte glijdt het ringetje vanzelf van de haak. De bereikte starthoogte is afhankelijk van de hoogstart en het vliegtuig maar rond de 100 tot 150 meter is vrij makkelijk haalbaar. Dit geeft vliegtijden van 3 tot 5 minuten zonder thermiek.

Een lier werkt in principe hetzelfde als een hoogstart. Alleen is bij de lier het elastiek vervangen door een spoel met een elektromotor. Met een voetpedaal kun je de lijn op de spoel laten rollen en trek je het vliegtuig omhoog. Een lier vraagt een behoorlijke investering, is even wat werk om op te zetten. Daarbij is het geheel vrij zwaar door de spoel en de accu. Daar staat tegenover dat je er vrij grote toestellen mee kunt starten en de te bereiken hoogte veel groter is dan bij een hoogstart.

Starten met een hoogstart is niet moeilijk maar ook niet zonder risico’s. Vooral de eerste meters, als je het toestel net hebt weggegooid, moet je snel en correct reageren. Als het vliegtuig de bocht om gaat zal het snel naar beneden komen en je kunt dan niet afkoppelen. Het elastiek daarentegen trekt gewoon door. Als je nog niet veel vliegervaring hebt, is dit dus een spannende aangelegenheid. Maar met het juiste toestel en de juiste afstelling van de starthaak gaat het vrijwel vanzelf.
Een lier heeft als voordeel dat je, zodra het mis dreigt te gaan, de spoel kunt stoppen en het vliegtuig van de lijn zal schieten. Een mogelijk nadeel van zowel de hoogstart als de lier is dat je vrij veel ruimte nodig hebt; afhankelijk van je materiaal een veld van 100 tot 200 meter.

In de onderstaande video wordt het starten van een F3J model meerdere malen getoond.

3. Met een elektromotor

Een elektromotor met een zogenaamde klappropeller kan in vrijwel ieder vliegtuig worden gebouwd. Een klappropeller heeft geen vaste bladen; ze klappen door de wind vanzelf naar achter als de motor uit staat en daardoor heb je er geen last (extra weerstand) meer van als je aan het zweven bent. Er zijn veel elektrozwevers op de markt waarbij de motor met een motorschot in de neus is bevestigd. Minder gebruikelijk is het monteren van een zogenaamde pilon, een steun boven op de romp waar de motor op bevestigd is. Mits juist gekozen hoeft een zwever met elektromotor nauwelijks zwaarder te zijn dan een pure zwever en ook in zweefprestaties zijn de verschillen minimaal.

Het grote voordeel van een elektromotor is dat je weinig ruimte nodig hebt en niet loopt te slepen met lijnen of een lier. Met een goed uitgezochte motor en accu zijn zonder thermiek vliegtijden haalbaar van 20 tot 45 minuten en soms nog meer. Als je twee accu’s hebt kun je vrij eenvoudig een hele middag vliegen. Ook mooi meegenomen: als je bij de landing verkeerd uitkomt kun je snel doorstarten om het landen opnieuw te proberen. Een elektromotor vraagt wel een extra financiële investering voor de aanschaf van een motor, propeller en regelaar.

In de onderstaande video komt het starten van e-zwevers een aantal malen voor:

Samengesteld door Jan ter Laak